Aanleg bovenleiding.



Dit gedeelte gaat over de aanleg van de bovenleiding zoals dat bij "Elstbahn"is gedaan.
Omdat het zo divers is en in veel stukken al beschreven is, vind je enkele links naar andere pagina's op deze website.
Deze worden in het blauw aangegeven als je ze nog niet bezocht hebt en zijn bruin als je deze al een keer via deze pagina bezocht hebt.
Ook vindt je hier hoe er bovenleiding wordt aangelegd bij de tunnel portalen.
Doorgaans is er in tunnels geen bovenleiding aangelegd, omdat er voldoende vrije doorgang is met de pantograaf naar boven. Om het zoeken wat te vereenvoudigen is ook hier een menu indeling gemaakt, zodat je snel naar een bepaald onderwerp kunt gaan.



Keuze menu:

Keuze van type bovenleiding.
Algemene informatie.
Bovenleiding in de helixen.
Overgang bij tunnelportalen.


Keuze van type bovenleiding.


Er is veel keuze t.a.v. bovenleidingmasten en system.
Niet alleen in merken, maar ook in soorten.
Zo kun je kiezen voor een soort mast zoals beton, vakwerk, profiel, enkele, dubbele enz.
Daarnaast heb je de keuze door welke spoorwegmaatschappij de mast wordt gebruikt.
Een mast die gebruikt wordt door de NS is totaal anders dan die van de DB of de SBB CFF.
Dan heb je natuurlijk ook nog de merk keuze zoals bijvoorbeeld Sommerfeldt of Viessmann.
En als laatste is natuurlijk ook de prijs van belang.
Dan kijk je niet alleen naar de prijs van de mast maar ook naar de rijdraden, overspanningen en dergelijke.
Kortom er zijn veel factoren die hier meetellen.
Een aantal voorbeelden op een rij:

001 002

















Links Sommerfeldt, rechts Viessmann, beide DB en DR masten.
De masten op zich schelen elkaar niet zo heel veel, alleen is de Sommerfeldt iets duurder dan de Viessmann.
Viessmann heeft als voordeel dat de mast in de voet geschoven kan worden.
De voet wordt op zijn beurt vast geschroeft op de ondergrond.
Tijdens het werken aan de baan kan de mast eenvoudig worden weg genomen, hetgeen beschadigingen e.d. tegengaat.
Bovendien is de baan dan vrij van opstakels hetgeen het werken aan de baan een stuk eenvoudiger maakt.
Nadeel is dat hij gedeeltelijk is gemaakt van kunststof hetgeen hem wat kwetsbaarder maakt.
De Sommerfeldt heeft de bevestiging aan de onderzijde van de onderplaat zitten.
Dit geeft de nodige stijfheid aan de mast en is behoorlijk stevig.
De bevestigings methode kan zowel een voordeel als een nadeel zijn.
Voor het vastzetten van de moer aan de onderzijde moet hij wel goed toegankelijk zijn.
De mast is geheel uit metaal hetgeen hem star maar ook sterk maakt.

De uiteindelijke keuze is gevallen op het gebruik van de Viessmann masten.
Het plaatsen en het eventueel tijdelijk verwijderen van de bovenleidingsmast heeft voor een groot deel de doorslag gegeven.
Daarnaast is ook gekeken naar de indeling zoals die bij het station moet gaan plaatsvinden.
Het gebruik van losse masten is hier slechts gedeeltelijk toe te passen.
Omdat hier het gebruik van torenmasten op het station niet alleen problematisch is, maar ook erg kostbaar zou worden, is er naar een andere oplossing gezocht.
Aangezien de masten ook leverbaar zijn met een dicht profiel die vervaardigd zijn van messing, zijn deze eenvoudig aan te passen voor het station.
Er is namelijk op eenvoudige wijze een H profiel met messing op te solderen, hetgeen bij Sommerveldt masten nagenoeg niet gaat.
Deze masten zijn gemaakt van een materiaal dat moeilijk is te solderen en lijmen is in dit geval geen optie.


Keer terug naar menu.

Algemene informatie.

003

Buiten de masten die op het station zijn gebruikt is het type 4110 van Viessmann toegepast (links op de foto).
Op het station worden de masten met een dicht profiel gebruikt en zijn van het type 4123 (rechts op de foto).
Aangezien ik de rijdraden van Viessmann minder fraai vindt dan die van Sommerveldt, zijn er rijdraden van Sommerfeldt gebruikt.
Deze zijn eenvoudig aan te passen voor het gebruik bij Viessmann masten.
Door aan het uiteinde de omgebogen draad naar boven door te knippen en hier met een kleine rondbektang een oogje aan te buigen, past hij prima aan het uiteinde van de uithanger van de viessmann mast.
De hangdraad (bovenste draad van de rijdraad) wordt na ongeveer 10mm na het bovenste deel van de uithanger afgenipt.
Het uiteinde wordt een klein beetje omgebogen zodat deze in het verlengde van de volgende hangdraad ligt.
De uitende van deze hangdraad wordt gereinigd en kan later vastgesoldeerd worden aan de volgende hangdraad.
Om de rijdraden mooi strak te krijgen dienen eerst de rijdraden op de onderste uithanger gemonteerd te worden.


Iets over strak leggen van rijdraden:
In werkelijkheid hangen de rijdraden op rechte stukken nooit exact in het midden, maar maken een kleine zig-zag beweging.
De rede hiervan is dat het loopvlak van de pantograaf dan gelijkmatiger slijt.
In bochten wordt vaak de fout gemaakt dat de rijdraden gebogen worden in de vorm van de bocht.
Dit is in werkelijkheid nooit het geval, deze hangen recht van punt A naar punt B.
Zo is het ook op de "Elstbahn" aangelegd.
Strak leggen wil zeggen dat de rijdraden van punt A naar B recht liggen en niet in een boog.
Daarbij hoeven punt A en B niet op gelijke afstand t.o.v. het midden van de rail te liggen.
Als laatse dienen de rijdraad gefixeert of vastgezet te worden voordat de hangdraden gesoldeerd worden.
Je kunt dit fixeren doen door de ogen van de rijdraad te solderen of door deze aan te knijpen met een platbektangetje.
Hangt alles nu mooi strak en op gelijke hoogte, dan kunnen de hangdraden gesoldeerd worden.


Keer terug naar menu.

Bovenleiding in helixen.


003 Hoewel er in tunnels op de baan over het algemeen voldoende ruimte is voor een vrijlopende pantograaf, zo anders kan het zijn bij de helixen.
Op sommige plaatsen is de hoogte beperkt, doordat de boven liggende laag slechts 75 tot 85 mm boven het spoor ligt.
Om dit op te lossen is er gebruik gemaakt van een massieve koperen draad van 2,5mm² die de pantograaf netjes naar beneden drukt en na het lage deel weer netjes laat vieren.
Dit is reeds besproken in het deel "Helixen".
Over het algemeen is de hoogte voldoen maar op enkele plaatsen was dit te krap en is deze methode toegepast.
0007






Het vastzetten van de draad is even doeltreffend als simpel te doen.
Plaats op de plaats waar de draad moet worden vastgezet een blanke punaise.
Soldeer nu de koperen draad vast aan de punaise en klaar.
Tevens kun je dit naderhand simpel aanpassen door de punaise weer uit de bovenplaat te halen en deze op de nieuwe plaats er weer in te drukken.
0006




Een ander voordeel van het gebruik van dik koperdraad is, dat dit stevig is en makkelijk in de vorm bijft staan waarin het gebogen is.
Om de draad mooi recht te krijgen en om hem nog wat meer stijfheid te geven kun je de draad even in de boormachine spannen, strak te trekken en even laten draaien.
Hierdoor wordt de draad recht en is hij net wat steviger.
Voor verdere toelichting zie "Bovenleiding op de helixen".

Keer terug naar menu.

Overgang bij tunnelportalen.

0009
Zoals hiervoor al is beschreven, in tunnels is over het algemeen voldoende ruimte om de pantograaf vrij te laten.
Wel moet je er uiteraard voor zorgen dat de pantograaf niet de zijkant van de tunnelboog raakt.
Dit kan gebeuren als de rijdraad te hoog hangt of de portaal aan de krappe kant is.
Ligt het in een bocht dan is het geen probleem dat hier de rijdraad wat gebogen is in de vorm van de bocht.
Tenslotte ligt dit uit het zicht.
Om bij het uitkomen van de tunnel de pantograaf weer netjes op de rijdraad van de bovenleiding te krijgen, moet er een geleiding komen die de patograaf weer op de juiste hoogte brengt.
Dit is eenvoudig te realiseren door de rijdraad achter het tunnel portaal langzaam omhoog te laten lopen.
Het hoeft niet perse in het midden van de pantograaf gebeurd, maar moet wel binnen het bereik van het loopvlak van de pantograaf zitten.
Omdat bij het uitkomen van de tunnel de draad langzaam naar beneden loopt, moet er op zekere afstand van het tunnelportaal een vast montage punt zitten.
Dit vaste punt kan een bovenliggende plaat zijn of je kunt een hulpbeugel maken van koper draad (zie het voorbeeld op de foto hiernaast).
Meer kun je vinden in "Bovenleiding bij de tunnelportalen".

Een ander voorbeeld hiervan vindt je in "Bovenleiding op de helixen".
Dat het er ook complex aan kan toe kan gaan zie je onder andere in het deel "De afbouw van de FallerCar keerlus", waar niet alleen twee sporen uit de tunnel komen, maar er ook nog twee overloopwissels net achter het tunnelportaal zitten.
Dit vergt natuurlijk wat creativiteit om dit in goede banen te leiden als de trein in of uit de tunnel komt.
Hier heb je namelijk te maken met met twee sporen waarbij de pantograaf moet worden opgevangen en een opvang bij het overloop deel van het ene naar het andere spoor.
Zorg er hierbij voor dat ongeveer 10cm voordat de draad de portaal uit komt op de juiste hoogte is.
Dit voorkomt een onrustig beeld als de trein uit de tunnel komt.

Keer terug naar menu.


Bruggenbouw

In de modelbaan liggen een drietal bruggen. De brug die geplaatst is tussen de twee benen van de U is volledig zelfbouw. Verder zijn er nog twee dubbelspoors.....

Faller Car

Tijdens de bouw van de baan is besloten om de modelbaan ook te voorzien van een Faller Car systeem. Mogelijk dat deze in de toekomst ook digitaal bestuurd.....

Keer terug

Naar projecten of home page..


" Als je de sporen volgt, kom je vanzelf op het eindstation. "